Aura Ieder mens heeft om zijn fysieke lichaam een energieveld. Dit energieveld noemen we de aura, dit bevindt zich op fijnstoffelijk niveau. In deze aura zitten energiepunten die een verbinding vormen tussen het fijnstoffelijke energieveld en de meer verdichte energie van het lichaam. Deze energiepunten, de chakra’s, zijn er om energie op te nemen en uit te scheiden. Op het fysieke vlak corresponderen de chakra’s met zenuwknopen en de endocriene klieren. De chakra’s vertegenwoordigen ook” verschillende vormen van bewustzijn” en staan als zodanig in contact met de geest.
Chakra’s Chakra betekent wiel of rad in het Sanskriet. De chakra’s zijn niet kenbaar volgens medische en anatomische begrippen waarmee wij de wereld ordenen. De chakra’s zijn wielvormige draaikolken waarin verschillende niveaus van bewustzijn elkaar kruisen of tegenkomen. Door de rotatie van de chakra’s wordt energie aangetrokken en weer af gegeven, in een voortdurende energie-uitwisseling met de kosmos. De chakra’s kunnen gezien worden als ontvangststations, transformatoren en verdelers van de Prana (levensenergie). Daardoor kunnen wij bestaan.
Zenuwstelstel Het lichaam is met de chakra’s verbonden via het zenuwstelsel. Er zijn zeven hoofdchakra’s die zich tussen de anus en de kruin bevinden. Zij liggen aan de voor- en achterzijde van het lichaam. De voorzijde vertegenwoordigt hierbij het emotionele functioneren van de mens en de achterzijde de wilsfunktie.
Nadi’s Het lichaam wordt grofstoffelijk genoemd en verbindt zich met de subtiele energie van de chakra’s door geleiders. Deze geleiders worden nadi's genoemd. Nadi betekent vat, kanaal, streng, buis of doorvoer. De nadi’s zijn fijnstoffelijke slagaders die de Prana door het fijnstoffelijke lichaam leiden.
Sushumna De sushumna speelt een essentiële rol in het contact tussen nadi’s en chakra’s. De Sushumna is de lijn die ontstaat als we de Chakra’s op een verticale lijn zien. De sushumna ontspringt in het gebied van het eerste chakra en vervolgt haar weg tot aan de fontanel boven op de schedel. Zij reist door de ruggengraat heen. De verticaal stijgende en dalende energie worden Ida en Pingala genoemd. Deze energiestromen kronkelen a.h.w. rond de sushumna, de centrale as.